Schenk dezelfde wijn eens in twee verschillende glazen: een klein sapglaasje en een goed wijnglas. Ruik en proef daarna aan allebei. De kans is groot dat je twee andere wijnen lijkt te proeven terwijl er niets aan de wijn zelf is veranderd. Het glas doet meer dan je zou denken. Maar heb je nou echt veel soorten glazen nodig om lekker te kunnen genieten? We zoeken het voor je uit.
Waarom het glas ertoe doet?
Een wijnglas is geen toevallige verpakking. De vorm bepaalt hoeveel lucht bij de wijn kan komen, waar de geur zich verzamelt en zelfs waar de wijn je tong raakt. Een goed wijnglas voldoet aan een paar basisregels:
-
Dun glas. Hoe dunner de rand, hoe minder je die opmerkt tijdens het drinken. De aandacht gaat meteen naar de wijn zelf.
-
Een tulpvorm. Bol van onderen, iets smaller naar boven toe. Zo blijven de aroma's in het glas hangen in plaats van meteen te verdampen.
-
Een steel. Houd je het glas bij de voet vast, dan warm je de wijn niet op met je hand. Belangrijk, want temperatuur beïnvloedt smaak enorm.
- Volledig transparant. Kleur en helderheid vertellen al veel over een wijn nog voordat je hem proeft. Een gekleurd glas ontneemt je die informatie.
Welk wijnglas voor welke wijn?
-
Rode wijn krijgt meestal een groter, boller glas. Rode wijnen hebben doorgaans complexere aroma's, en een groter oppervlak geeft de wijn meer contact met zuurstof. Dat maakt de smaak opener en ronder.
-
Witte wijn gaat in een kleiner, slanker glas. Witte wijn heeft minder zuurstof nodig, en een compacter glas houdt hem bovendien langer koel.
-
Rosé kun je prima in hetzelfde slanke glas als witte wijn serveren. Soms iets breder, zodat de subtiele fruitigheid net iets meer ruimte krijgt.
-
Mousserende wijn verdient een fluit- of tulpvormig glas. De smalle vorm houdt de bubbels langer vast. Een brede champagnecoupe oogt misschien klassiek, maar laat de koolzuur razendsnel ontsnappen. Niet zo handig als je van je glas wilt genieten.
- Dessertwijn komt in een kleiner glaasje. Deze wijnen zijn geconcentreerder en zoeter, en je drinkt er sowieso minder van.
Mythe: heb je een duur glas nodig?
Niet per se. Onderzoek naar wijnproeven laat gemengde resultaten zien: vorm en dunte van het glas maken wél verschil, maar de prijs van het glas op zich niet. Een betaalbaar, goed gevormd glas werkt net zo goed als een designerstuk van honderd euro. Waar je wél in wilt investeren: de juiste vorm, niet het duurste label.
Welke glazen heb je nodig om te beginnen?
Je hoeft niet meteen een kast vol glazen aan te schaffen. Bouw het rustig op:
-
Begin met een universeel glas. Een middelgroot glas met tulpvorm werkt prima voor zowel rode als witte wijn. Ideaal voor dagelijks gebruik.
-
Stap over naar een rode én witte wijnset zodra je vaker wijn drinkt en het verschil wilt proeven.
- Voeg fluitglazen toe als mousserende wijn regelmatig op tafel komt.
Reacties (0)
Er zijn geen reacties voor dit artikel. Wees de eerste die een bericht achterlaat!